Voorvaderverering
No lyrics have been submitted for this track yet.
Wie zijt gij, man van 't voorgeslacht Die hier den eindloos langen nacht Der eeuwen slaapt? Wat zijn uw daân? Hebt gij den roepstem, opgegaan In 't Heilig woud, Civilis kreet Gevolgd, die Rome sidd'ren deed En als een schelle donderknal Van Bato's strand tot Treviers wal Germanjes volk, dat lag en sliep Ter heirvaart voor de vrijheid riep? Of hebt gij Widukindes vaan Gehuldigd en den Frank weerstaan Wiens sluwe list en overmacht 's Volks Irminsul ten onder bracht? De roep van uw roemruchte daân Is in den nacht des tijds vergaan Gelijk de rookwalm van uw mijt Verwaaide in 't luchtruim, wijd en zijd Gij derft den dichter, die uw naam Deed zweven op den tong der Faam Terwijl het christ'lijk kerkgezang Verving 't Germaansche bardenlied ~ Zelfs in de sage leeft gij niet Een wolk van mist trekt langs den grond Ontplooit zich om dit heuvelrond En 't is of uit dit nev'lig kleed De man plots voor mijn oogen treedt En zegt : "O, zoon van later tijd Die nog mijn asch uw peinzen wijdt Als vrij man en als eigen Heer Zoo zat ik op mijn erf en wheer Ik bukte voor geen mensch mijn hoofd Maar heb mijn Goden steeds geloofd 'k Was voor geen sterveling bevreesd Als priester aan mijn eigen haard Heb ik hun eerdienst trouw bewaard Ik bracht bij 't eerste licht der zon Mijn offer zelf aan boom en bron Ik kromde voor geen priesterdwang En als 't gemeene Volksbelang Mij naar de zodenbanke riep Waar 't vrije volk zijn rechten schiep Dan stemde ik met geen woordenpraal Maar met het klet'tren van het staal Mij heeft nooit vorstenluim getergd Mij werd geen schatting afgevergd En als men mijne marksteen schon Dan streed ik voor mijn eigen grond 'k Stond in geen dienst van eenig Heer Nooit diende ik anders roem of eer Zoo leefde ik vrij En in ontzag Nu zeg mij, telg van spader dag Leeft nog zoo fier en ongestoord Als ik, mijn late nakroost voort?" (B W A E Baron Sloet tot Olthuys, 1838)
Submitted by Corpse Defiler — Jun 05, 2026
Een glooiend landschap Grenzend aan wouden en de zee Door de eeuwen heen verdedigd Met man en macht tot in den dood Eeuwen later herinnert zich hier Grote hopen zware zwerfkeien Gestapeld als graven Onze eeuwenoude ruïnen Door de eeuwen heen verdedigd Met man en macht tot in den dood Gevochten - voor het land Nu vergaan - tot stof en zand Graf met uitzicht op de zee Goedkeurend en tevree Steenkamer der verering Tussen draag- en dekstenen rusten enkel de allerhoogsten Deze stenen schatkamer Offer mijn schild en hamer Mijn laatste en eeuwige rustplaats onder de grond verborgen Tot de wederopstanding lig ik hier geborgen Gevochten - voor het land Nu vergaan - tot stof en zand
Submitted by Corpse Defiler — Jun 05, 2026
'k Sta als verbaasd deez' steenmijt aan te schouwen 't Schijnt dat weleer het dappere Hunnenschap Daar heeft gewild een denk-plaats op te bouwen Om zo te streven op de eretrap Neen, 't is 't gestapel waar een drom van reuzen Door wraak gehitst het godendom bestreed Door 't bliksemvuur van Mulciber gesmeed Of 't zijn alleen getorste pyramijden Of tomben, want dit grove berggewas Besluit in haar gewelfsel van voortijden Nog, als bewijs, geheiligde offer-as Neen, 't is veeleer Natura's marmeren tempel Waarin zij wil dat men haar godheid eert En aan de voet haars negentallige drempels Niets anders dan een lofgezang begeert Laat Thebe vrij nog pochen op haar muren Die schier in 't hoog bereikten 't wolkgespan Dit rotsgevaart zal langer kunnen duren Geen kracht, hoe groot, haar force kwetsen kan Kom nimfjes, en gij Drentse herderreien Bepronk met loof dit Borger steenpaleis Wil top en kruin met bloemen overspreien Schenk aan Natuur daarvan haar deel en eis Ik neurie dan met hese en schorre tonen ('t Zij wat het wil) tot roem der wondere grot Een loflied en bereid de eiken kronen Waarmee 'k bepruik het grote keienslot
Submitted by Corpse Defiler — Jun 05, 2026
Door koude haat, verkleumd tot op het bot Gedreven door verbittering, alles ter ere van de oorlogsgod Ze trekken in stilte, over de troosteloze heidevlakte De vrieskou trotserend, geen teken van zwakte Onder het schild beschermd, op het zwaard gezworen Ooit dapper gestorven, maar in Walhalla herboren De stilte wordt gebroken, door getrokken zwaarden Oorlogskreten, splijtende schilden en vallende paarden Ooit dapper gestorven, maar in Walhalla herboren Bloed om bloed, leger om leger Niet lang meer, maar de overwinning is zeker In onze bebloede handen, waait trots de vlag van Donar Onaantastelijk, onoverwinnelijk en onsterfbaar Daar in het sneeuwlandschap is de buizerd, wakend en jagend In het licht van gouden zonnestralen Is de overwinning verzekerd
Submitted by Corpse Defiler — Jun 05, 2026
No lyrics have been submitted for this track yet.